Van twee kleine kamers naar één woonkeuken in Harlingen

Het huis aan de Zuiderhaven kochten we vorig voorjaar, op een middag met zoveel wind dat de makelaar de voordeur met twee handen dicht moest houden. Een smal pand uit de negentiende eeuw, met hoge ramen aan de voorkant en achterin een keukentje van nog geen twee meter breed. Daarachter lag een donkere kamer die vooral als opslag diende. Op de dag van de overdracht stonden mijn vriend en ik er al met een rolmaat. Die muur moest eruit.

Wat we wilden, was een woonkeuken. Eén ruimte waar je kookt, eet, de krant leest en op vrijdagavond met vrienden blijft hangen tot de kaarsen op zijn. Het soort keuken waar gasten bij binnenkomst vanzelf aan tafel gaan zitten.

Een keuken op vier groepen

De eerste weken kookten we nog in het oude keukentje, en daar leerden we de installatie kennen. Op een zaterdagavond in mei stond de oven op tweehonderd graden voor een ovenschotel, ging de waterkoker aan voor thee en sloeg alles af. Ook de lampen in de woonkamer en de koelkast. In de meterkast vonden we vier groepen en één aardlekschakelaar voor het hele huis. Ooit was dat ruim voldoende, maar niet voor een keuken met inductie, een combimagnetron en een vaatwasser.

De keuken was al uitgekozen en de tekening lag klaar. Pas op dat moment bedacht ik dat we nog niemand hadden gevraagd wat er achter de muren moest gebeuren.

Eerst de leidingen, dan het eiland

Via een buurvrouw kwamen we bij Elektricien Harlingen. De monteur kwam op een grijze dinsdagochtend, legde de keukentekening naast de groepenkast en begon te rekenen. Een inductiekookplaat vraagt een perilexaansluiting op twee groepen. De oven en de vaatwasser kregen elk een eigen groep, net als de koelkast, zodat een storing ergens anders niet ongemerkt de boodschappen laat ontdooien. De nieuwe groepenkast kreeg meerdere aardlekschakelaars van 30 mA, verdeeld over de groepen, zoals de NEN 1010 voor een nieuwe installatie vraagt.

Het lastigste was het kookeiland. Wij wilden er stopcontacten in, voor de staafmixer en een laptop met een recept erop. Dat betekende een leiding door de vloer, en die moest liggen voordat de nieuwe eiken vloer erin ging. De monteur liet een mantelbuis door de kruipruimte trekken, met ruimte voor een tweede kabel als we later nog iets willen. Wat ik daarvan heb geleerd, is dat de volgorde van een verbouwing bepaalt wat later nog kan.

Licht voor koken en voor lang tafelen

Een woonkeuken heeft twee soorten licht nodig. Boven het werkblad wil je helder, egaal licht zonder de schaduw van je eigen hoofd, dus kwamen er ledstrips onder de bovenkastjes. Boven het eiland en de lange tafel hangen drie opaalglazen hanglampen op een dimmer die geschikt is voor led. In een ruimte met zulke hoge plafonds valt licht anders dan je verwacht, en de monteur raadde aan de lampen lager te hangen dan wij hadden bedacht. Hij had gelijk. We kozen voor warm wit van 2700 kelvin, zodat het hout en de oude balken ’s avonds mooi uitkomen.

De schakelaars zitten bij beide deuren, zodat je vanuit de gang en vanuit de tuin het licht aan kunt doen zonder eerst door het donker te lopen.

Een gewone vrijdagavond

Inmiddels is de keuken een halfjaar af. Op vrijdag eten we met vrienden aan de lange tafel, terwijl buiten op de kade de laatste wandelaars richting de Voorstraat lopen. Oven aan, kookplaat aan, vaatwasser aan, en niemand die nog aan de meterkast denkt. Op zondagochtend zit ik er met koffie en kijk ik naar de boten in de haven. Als vrienden vragen waar ze moeten beginnen met een eigen woonkeuken, zeg ik altijd dat ze eerst Elektricien Harlingen of een andere vakman naar de groepenkast moeten laten kijken, nog voordat de keuken besteld is.

Tags:

Gerelateerde artikelen die u mogelijk interesseren